Piet Bloot


Platform Herinnering Tweede Wereldoorlog heeft 2018 uitgeroepen tot "Jaar van verzet". Met tentoonstellingen, films en educatieve activiteiten belichten oorlogs- en verzetsmusea in het hele land de rol van het verzet tijdens WO2, als historisch verschijnsel en bron van inspiratie voor toekomstige generaties.

Zo ook het Nationaal Onderduikmuseum in Aalten, waar onder meer vanaf 5 oktober de expositie "De vrouw als spil van het verzet" plaatsvindt. Indringende verhalen van gewone mensen die erbij waren staan centraal via bronmateriaal zoals brieven, dagboeken, voorwerpen en foto's.

In mei 2016 werd in dit Aaltens Museum een bijzonder 40-45-boek gepresenteerd: "Zo ik niet had geloofd, brieven van mijn moeder" van Piet Bloot.

Als zestienjarige kwam Piet in 1940 met zijn jongste zusje Corrie vanuit het gebombardeerde Rotterdam naar Aalten, waar hij tot na de bevrijding bij diverse gastgezinnen verbleef. Gedurende die jaren voerde hij een briefwisseling met vooral zijn moeder, die met zijn vader en twee zussen achterbleef in Rotterdam.

Een jaar voor zijn overlijden in 1982 tikte Piet Bloot een bloemlezing van de circa 160 brieven uit, aangevuld met eigen herinneringen. Over "alledaagse" zaken die zijn achtergebleven familie in de oorlogsjaren bezighield: luchtalarm, bombardementen, woningnood, winterse kou, steeds nijpender voedselgebrek. Indrukwekkend is ook het briefverslag van zijn oudste zussen over hun hongertocht naar Aalten.

Oorspronkelijk was het uittreksel bestemd voor zus Corrie, zeven jaar oud toen de oorlog begon. Al schrijvend kwam Piet erachter dat zijn werk omvangrijker en waardevoller was dan aanvankelijk gedacht. Als eerbetoon aan zijn moeder kopieerde hij het verhaal in kleine oplage voor andere geïnteresseerden.

Toen zijn vrouw in 2006 verhuisde naar een verzorgingshuis, kwam dochter Anneke de Ridder-Bloot tijdens het opruimen van de inboedel behalve het herinneringsmanuscript nog veel meer uit het verleden van haar vader tegen.

'Een compleet archief,' vertelt Anneke, 'bijeen gebundeld in grijze ordners: "Brieven van mijn moeder", "Mijn leven", allerlei formulieren, gedichten. Ik heb het manuscript in 1981 ook gelezen, maar vluchtiger. Ik zag het vooral als herinneringsdocument voor mijn tante Corrie.'

Wat heeft je doen besluiten het manuscript uit te geven?

'Al die zorgvuldige documentatie, het voelde respectloos om dat verloren te laten gaan. Het leek mij zo'n mooi eerbetoon aan mijn vader en oma. En ook aan de betrokken gastfamilies in Aalten, die zoveel hulp aan mijn tantes en vader hebben geboden.'

Hoe heb je dat allemaal aangepakt?

'Allereerst vroeg ik mijn moeder om toestemming het te mogen uitgeven in boekvorm. Dat vond ze goed. Daarna voerde ik gesprekken met mijn twee overgebleven tantes. Zij vertelden mij veel uit de oorlog en lieten fotoboeken zien. Daarmee kon ik het materiaal aanvullen en rangschikken, om het verhaal zo goed mogelijk weer te geven.

De uitgever moest iemand uit de omgeving van Aalten zijn. Het werd uitgeverij Fagus uit IJzerlo. Ik liet een kopie van het origineel aan eigenaar Hans de Beukelaer lezen. Hij zag wel dat dit een biografisch, geschiedkundig boek kon worden, maar vond het teveel werk om het te digitaliseren.

Daar ben ik toen zelf maar mee begonnen. Ik was al een eind op weg, tot het uiteindelijk bleef liggen. Te druk met gezin, werk en mantelzorg voor mijn moeder. Zij overleed in 2011. Daarna dacht ik: als ik het echt wil uitgeven, moet ik nu doorzetten.

Al die tijd hield ik contact met Hans, mijn uitgever. Hij zag het op deze manier wel zitten. Hij en vormgever Hemmie Damen hebben me veel tips en aanwijzingen gegeven.

Het plan was om het in april 2015 uit te brengen: zeventig jaar na de bevrijding. Er ging echter meer tijd in zitten dan verwacht. Corrigeren, lay-out aanpassen, vormgeving, afbeeldingen erbij zoeken., de onderschriften daarbij verifiëren bij mijn tantes en andere betrokken.

Intussen had ik bij de gemeente Aalten subsidie aangevraagd én toegekend gekregen. Sponsoren onder familie en vrienden waren snel gevonden voor een financiële bijdrage. Als beloning kregen zij het boek dan gratis, als het er eenmaal was.'

Waarom heb je voor deze titel gekozen?

'Die titel heeft mijn vader zelf gekozen. Het verwijst naar de tekst in het "in memoriam" van zijn moeder, achterin het manuscript. Daarin beschrijft hij hoezeer zij op haar geloof vertrouwde. Met als afsluiter "Zo ik niet had geloofd dat in dit leven, mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou - mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven; ik was vergaan in al mijn smart en rouw..."

Zo ontroerend mooi. Het moest de titel wel zijn. Het is volgens mij ook een strofe uit een psalm.'

Heb je veel veranderd aan de tekst?

'Nee, om het taalgebruik en de schrijfwijze uit die tijd te behouden heb ik bij het digitaliseren niet aan mijn vaders teksten gesleuteld. Ik heb ze alleen overgetypt en ook de oorspronkelijke brieven weergegeven. Zo is het meteen een waardevolle nalatenschap aan alle lezers. Ik heb wél het voorwoord en de achterflap mogen schrijven.'

Anneke, je vader heeft hoofdstukken volgeschreven met eigen belevenissen, waaronder een indrukwekkend en gedetailleerd verslag van het bombardement op 14 mei 1940. Het valt mij op hoe boeiend en beeldend hij alles kon verwoorden. Verraste het jou?

'Hij was een zeer creatief man, die naast tekenen en schilderen ook veel gedichten schreef. In die zin verraste het me niet. Wel maakte het verhaal nu ikzelf ouder was, nóg meer indruk op me dan toen ik las als meisje van tweeëntwintig. En nu, in boekvorm, des temeer.'

Tot slot zegt Anneke: 'Wat begon als een herinneringsmanuscript, is nu een historisch boek geworden. Met de huidige vluchtelingenkwestie is het verhaal opeens actueel en komen de problemen van toen weer heel dichtbij. Ik hoop dat eenieder die mijn vaders belevenissen leest zich, net als ik, weer bewust wordt van het voorrecht dat we in een vrij land mogen leven.'

Ineke van Stempvoort | Reporter GP