Aftellen | Marc Kerhofs

Aftellen ...

Tijd voor een koffie. Alweer. Mijn vrouw ziet het door de vingers. Voor de zoveelste keer lees ik het draaiboek voor de komende zaterdag. Elk kwartier is aangestipt, uitgetekend, gepland. De stilte rondom me contrasteert fel met mijn innerlijk. Daar kolkt en stormt het. Zaterdag de negende is het zover, wordt mijn boek voorgesteld aan het grote publiek.

Jongens toch. Intussen zijn mijn personages onder mijn huid gekropen. Ik sla soms een praatje met ze. Ze zijn nerveus, merk ik. De laatste tijd lijken ze me te negeren, alsof ze boos zijn. Wat wil je? Eerst drongen ze zich aan me op met al hun geheimpjes en maniertjes, nu zijn ze wrokkig. Waarom? Voelen ze zich verraden, is het verlatingsangst? Ik denk aan mijn collega BOEK10-auteurs. Hoe ervaren zij deze periode? Zijn ze ook zenuwachtig? Jagen ze hun huisgenoten de gordijnen in? Mijn vrouw ziet het allemaal aan met een dát-had-je-niet-gedacht-hè blik. Iets doet me vermoeden dat ze even opgewonden is, maar ze weet het goed te verbergen, godzijdank.

Over een paar dagen naar Hoorn. Twee uur in de auto. Tijd om te acclimatiseren. Dan laat ik me leiden door het moment, houd ik mezelf voor. Dat moment is tot de minuut uitgestippeld en gepland door de uitgever. En toch, toch weet ik dat dit een dag wordt die aan elkaar hangt van toevalligheden, van onverwachte ontmoetingen, van nieuwe opportuniteiten. Ja, dat kan niet anders, want weet je ... de postnatale dreigt al. Wat na zaterdag? De vingers jeuken voor een nieuw manuscript. BEET heeft me besmet, heeft iets in me wakker gemaakt. Een soort ziekte, een diarree, woordendiarree. Je krijgt er geen koorts van, alleen kramp in je vingers en nekspieren. Het is een ziekte die ik met plezier onder de leden heb. Nu zijn er nog zenuwen bijgekomen. Zaterdag ... ZATERDAG!

Marc Kerkhofs | auteur van "Beet"

BEET


George is onderhoudsman op een carwash. Op een avond, als hij moet overwerken, ontdekt hij een vreemd schepsel in de waterput. Zonder dat hij het wil, hecht het dier zich aan hem en met gemengde gevoelens aanvaardt George die vriendschap. Zijn vrouw Diana ontfermt zich over het wezen en bekommert zich niet om de herhaaldelijke waarschuwingen van haar man. Als boerendochter weet ze hoe ze moet omgaan met dieren.

Dat de vreemde indringer hun hele wereld op zijn kop zet, beseft George pas wanneer het te laat is.

BEET is een roman over het onbekende en vervreemding. Over vastgeroeste gewoontes en de angst om te verliezen.